De inzet van kunstmatige intelligentie (AI) staat hoog op de bestuurlijke agenda van overheden. Vrijwel iedere organisatie onderzoekt de mogelijkheden, experimenteert met toepassingen en ziet de kansen die AI biedt. Tegelijkertijd worstelen veel organisaties met dezelfde fundamentele vraag: waar beginnen we?
De afgelopen jaren heeft de discussie over AI zich sterk ontwikkeld. Waar de focus aanvankelijk lag op het duiden van AI – en met name generatieve AI (GenAI) – en het verkennen van de mogelijkheden, bevinden we ons nu in een volgende fase. De basiskennis is grotendeels aanwezig en de aandacht verschuift naar de strategische, organisatorische en maatschappelijke vraagstukken die AI met zich meebrengt.
AI is geen doel op zich, maar een instrument om maatschappelijke opgaven beter aan te pakken en de dienstverlening te versterken. Dat vraagt om meer dan het implementeren van nieuwe technologie. Het begint met een heldere visie: welke maatschappelijke waarde willen we creëren, welke behoeften van inwoners, ondernemers en medewerkers staan centraal en welke rol kan AI daarin spelen?
Voor bestuurders en directies ligt hier een belangrijke opgave. Hoe ontwikkel je een gedragen visie op AI? Hoe zorg je voor bestuurlijke verankering, zodat AI niet blijft hangen in losse experimenten, maar onderdeel wordt van de strategische koers? En hoe vertaal je die visie naar concrete keuzes, een realistische roadmap en succesvolle uitvoering?
De weg van ambitie naar realisatie vraagt om leiderschap, duidelijke prioriteiten en een organisatie die klaar is voor de volgende stap. Beschikken bestuurders, managers en medewerkers over voldoende AI-geletterdheid om de juiste afwegingen te maken? Is de organisatie voorbereid op de impact van AI op processen, samenwerking en besluitvorming? En hoe geef je invulling aan de Europese AI-regelgeving zonder de innovatiekracht van de organisatie te verliezen?